Onvergetelijke plaatsen

Het architectenbureau Robbrecht en Daem, opgericht door Paul Robbrecht (°1950) en Hilde Daem (°1950) in 1975, heeft een matuur oeuvre ontwikkeld dat zich op internationale niveau kan meten. De brede, internationale portfolio bestaat uit een indrukwekkend aantal architectuur- en infrastructuurprojecten, interieurs en landschappen. De constante kwaliteit van de realisaties is steevast de resultante van een precieze architecturale visie die de praktijk van bij aanvang sterk typeert en die tot op heden de basis vormt van een zorgzame projectaanpak.
 Van in de beginjaren werkt het duo Paul Robbrecht en Hilde Daem aan de ontwikkeling van een doorgedreven visie op kleurgebruik, maatvoering en materialiteit. Deze geheel eigen ‘architectuurtaal’ verschaft hun realisaties een grote mate van ‘autonomie’: ze onderscheiden zich van de (bebouwde) context door materie, zwaarte en precisie. Architectuur is voor Robbrecht en Daem niet efemeer, maar geeft de gebruiker een gevoel van omhulling, bescherming en comfort. Toch is hun architectuur niet wars of al te eigenzinnig, maar treedt steevast in dialoog met de omringende context. Robbrecht en Daem architecten focust weloverwogen op het programma, de projectvraag, de bebouwde omgeving, het omliggende landschap, een te integreren kunstwerk. Dat maakt hun architectuur ook dagdagelijks, huiselijk en bovenal dienstbaar. Passend als een handschoen.
Het discrete, maar ook stoutmoedige werk van Robbrecht en Daem situeert zich bij de oprichting van de praktijk vaak binnen het wereld van de beeldende kunst en muziek. Het oprichtersduo tekent enkele spraakmakende tentoonstellingsscenografieën en wordt in 1992 door curator Jan Hoet gevraagd om de paviljoenen voor de internationale kunsttentoonstelling Documenta IX in Kassel(1992) vorm te geven. De architecten werken herhaaldelijk en op een intense manier samen met gerenommeerde kunstenaars zoals Isa Genzken (Galerie Meert in Brussel, 1991), Gerhard Richter (Aue Pavilions in Kassel, 1992), Cristina Iglesias (Katoennatie in Antwerpen, 2001 – Leopold Dewaelplaats in Antwerpen, 2001) en Franz West (Rubensplein in Knokke, 2004). De culturele opdrachten die het bureau dan en vervolgens realiseert, zijn markant: het Concertgebouw in Brugge (2002), de uitbreiding aan het museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam (2003), de kamermuziekzaal in Gaasbeek (2004) en het permanent tentoonstellingspaviljoen ‘Het Huis’ in het Middelheimmuseum in Antwerpen (2012). De praktijk wordt stilaan gekend voor haar architectuur die een huis biedt aan de kunsten.
In 2002 vervoegt Johannes Robbrecht (°1977) het team van Robbrecht en Daem architecten. In 2012 wordt hij vennoot. Anno 2025 werken zo'n veertig medewerkers aan een steeds uitbreidende opdrachtenportefeuille van grootschalige opdrachten en infrastructuurprojecten, in vaak stedelijke omgevingen met complexe programma’s, regelgevingen, opdrachtgevers- en samenwerkingsstructuren. Grote collectieve woonontwikkelingen in de binnenstad of de periferie (Academiestraat Gent, 2016) wisselen af met kantoor- en zorginfrastructuur (nieuwbouw Ziekenhuis Netwerk Antwerpen, 2016). Het bureau realiseert diverse projecten in de publieke ruimte: de Leopold De Waelplaats in Antwerpen (2001), het Rubensplein in Knokke (2004), de Grote Markt in Lier (2013) en de stadskernvernieuwing en Leiekade van Deinze (2012). Recent realiseerde Robbrecht en Daem architecten meerdere archiefgebouwen in binnen- en buitenland: het Sint-Felixpakhuis te Antwerpen (2006), de stadsarchieven van Bordeaux (2015), het Rijksarchief in Gent (2014) en een nieuw ondergrondse depot aan het Boekentorencomplex (2014), ook in Gent.
De dynamiek en de complexiteit, eigen aan deze nieuwsoortige opdrachten, weet het team te versmelten met de geest van de ontwerppraktijk van het oprichtersduo: het consistent werken aan een architectuur die zich discreet en bescheiden opstelt. Thema’s uit de praktijk van de beginjaren, zoals huiselijkheid en intimiteit, de sculpturale werking van daglicht en het omkaderen van zichten, vinden een nieuwe betekenis in de grootschalige opdrachten van vandaag. Elk project, ongeacht schaal, typologie of functie, wordt door het team op eenzelfde zorgzame wijze vormgegeven en tot ‘een onvergetelijke plaats’ gemaakt. Dit maakt het werk van Robbrecht en Daem architecten tijdloos, onderscheiden en duurzaam.
De reconversie- en restauratieprojecten die het kantoor de laatste decennia uitwerkt, vormen de scherpste illustraties van een architectuur in dialoog. De werkwijze is steeds: ‘change a lot to change nothing at all’. Niet in het minst werkt Robbrecht en Daem architecten volgens deze visie aan enkele bouwsels van grote modernistische meesters, zoals Victor Horta (het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, 2016), Marcel Breuer (De Bijenkorf in Amsterdam, 2013), Boris Iofan (Udarnik Cinema in Moscow, 2014), Charles Harrison Townsend (Whitechapel Gallery in London, 2009) en Henry van de Velde (Boekentoren in Gent, 2014 – Villa Landing in Astene, 2015). In 2013 maakt Robbrecht en Daem architecten naar eigen benadering, maar met de nodige discretie, een schaalmodel op ware grootte van een onuitgevoerd project van Mies van der Rohe: een golfclub in het Duitse Krefeld. 
Het werk van Robbrecht en Daem architecten wordt wijd en internationaal gepubliceerd (A+U, Abitare, Bauwelt, Detail) en vormt het onderwerp van monografische publicaties (Works in Architecture, 1998 – Pacing Through Architecture, 2009 – 2G n°5, 2010 – An Architectural Anthology, 2017). Paul Robbrecht en Hilde Daem werden in 2010 gekroond tot International Fellow of the Royal Academy of British Architecture (RIBA). Samen met Marie-José Van Hee architecten werd Robbrecht en Daem architecten in 2013 genomineerd voor de European Union Prize for Contemporary Architecture / Mies van der Rohe Award voor het emblematische project van de stadshal in Gent (2012).
In 2022 kende de Universiteit Gent een eredoctoraat toe aan Paul Robbrecht en Hilde Daem voor hun oeuvre en jarenlange inzet voor de architectuur.
"Less a theory than a spirit, “displacement” is the motive force of Robbrecht en Daem’s architecture: their buildings are durable, multiple and situated, but do not escape the mobility and exchange of our contemporary condition."
William Mann
Monographs